Amsterdam Berlin Brussel Paris Prague Rome

Beknopte Nederlandse filmgeschiedenis

Het begin
In 1895 vonden in Berlijn en Parijs, ongeveer gelijktijdig, de allereerste filmvertoningen ter wereld plaats voor een betalend publiek. In Berlijn vertoonden op 1 november van dat jaar de gebroeders Max en Erich Skladanowsky zelf gemaakte films in het Berlijnse variététheater Wintergarten. Op 28 december vertoonden de Franse gebroeders Auguste en Louis Lumière in Parijs hun eigen films, gemaakt met de Cinematographe Lumière. Dit gebeurde in de Salon Indien van het Grand Cafe aan de boulevard Capucines. Het waren korte non-fictie films die slechts een paar minuten duurden.
De firma Lumière was ook verantwoordelijk voor de allereerste filmvertoning in Nederland. Deze vond een paar maanden later plaats: op 12 maart 1896 in een lege winkel in de Kalverstraat 220 te Amsterdam. Hierbij werden de dezelfde filmpjes vertoond als in Parijs, waaronder La sortie des usines Lumière.
De eerste bioscoop
De eerste bioscopen waren reizende bioscopen die langs kermissen en jaarmarkten trokken. Dit gebeurde in Nederland al vanaf 1896. De periode 1903-1908 geldt als de bloeiperiode van de reisbioscopen in Nederland. De eerste vaste Nederlandse bioscoop is The Royal American Bioscope, die op 10 oktober 1903 haar deuren opende in het voormalige variététheater ‘Tivoli Wintertuin’, aan de Coolsingel 25 te Rotterdam. Tussen 1906 en 1910 worden vervolgens overal in het land bioscopen geopend.
De zwijgende film
De eerste films hadden geen geluid. Ze worden daarom ook wel zwijgende films genoemd.
Aan het eind van 1896 maakte M.H.Laddé de eerste Nederlandse film, getiteld: Een glimp van het zwembad aan de Heiligeweg in Amsterdam. Deze film is echter niet bewaard gebleven. De oudste nog bewaarde Nederlandse film is De troonbestijging van Koningin Wilhelmina op 6 september 1898. Tot de eerste Nederlandse filmmakers van fictie films behoren de gebroeders Mullens, Hun bekendste film is Mésavonture van een Fransch heertje zonder pantalon aan het strand te Zandvoort. Over een man die als een dolle zonder broek aan over het strand rent.
Het eerste Nederlandse filmproductiehuis annex studio was de Filmfabriek Hollandia in Haarlem, een initiatief van de filmpionier Maurits H. Binger, naar wie het Binger Instituut in Amsterdam is vernoemd. Een van zijn belangrijkste producties is Een Carmen van het noorden (1919), met in de hoofdrol Annie Bos (1886-1975), de eerste filmster van Nederland.
De Nederlandsche Filmliga
De oprichting van De Nederlandsche Filmliga – afgekort de (Filmliga - op 13 mei 1927 markeert een belangrijk moment in de Nederlandse filmgeschiedenis. Tot de oprichters behoorden de schrijver/essayist en filmliefhebber Menno ter Braak, filmmaker Joris Ivens en criticus L.J.Jordaan. Zij propageerden film als een kunstvorm en maakten zich sterk voor de vertoning van artistieke en avantgarde films die in de normale bioscopen niet op het programma kwamen. In 1931 werd de Filmliga opgeheven en gingen de idealisten elk hun eigen weg.
De Hollandse Documentaire School
Op filmgebied genoot Nederland in het buitenland lange tijd vooral bekendheid als land van grote documentairemakers. Men spreekt wel van de Hollandse Documentaire School.
De internationaal bekendste en nationaal meest omstreden documentairemaker is Joris Ivens (1898-1989). Hij begon zijn carrière met korte, experimentele kunstfilms, met als bekendste voorbeelden De brug (1928) en Regen (1929), een beeldgedicht over een regenachtige dag in Amsterdam. Ivens was een communist en werkte een deel van zijn productieve leven in Rusland en andere landen van het Oostblok. Maar hij filmde ook in Amerika, China en Australie en was met zijn camera ter plekke om de Spaanse revolutie vast te leggen (The Spanish earth, 1937).
Twee documentairemakers die na de 2de WO eeuw furore maakten waren Herman van der Horst (1910-1976 ) en Bert Haanstra (1916-1997). Zij behoorden in de jaren vijftig van de 20ste eeuw tot de voormannen van de Hollandse Documentaire School. Beiden wonnen belangrijke prijzen op het prestigieuze Filmfestival van Cannes. Haanstra won met zijn korte, experimentele film Glas (1958) als eerste Nederlandse filmmakers ooit een Oscar. Hij won hem in de categorie korte film. Kenmerkend voor hun stijl van filmen in die tijd was dat ze bijzondere camerastandpunten kozen en veelvuldig beeldrijm in de montage toepasten. Haanstra verwierf blijvend grote faam met Nederlandse documentaire klassiekers als Alleman (1963) en Bij de beesten af (1972). Hij regisseerde tevens enige speelfilms, waaronder Fanfare (1958), nog steeds een van de best bezochte Nederlandse speelfilms aller tijden.
De Nederlandse reputatie als land van documentairemakers werd ondermeer voortgezet door Johan van der Keuken (1938-2001) die qua stijl van filmen wel radicaal brak met zijn beroemde voorgangers.
Een volwassen speelfilmindustrie
1958 is een sleuteljaar in de geschiedenis van de Nederlandse speelfilm. In dat jaar wordt niet alleen de Nederlandse Filmacademie (NFA) opgericht, maar debuteren tevens twee belangrijke regisseurs: Fons Rademakers (1920-2006) met Dorp aan de rivier en Bert Haanstra met Fanfare. Rademakers kende een piekperiode in de jaren zestig, met films als de klassieker Als twee druppels water (1963) en de internationale productie De dans van de reiger (1966). Hij is met elf speelfilms - waaronder verder Max Havelaar (1976) en De aanslag (1986) - nog steeds de meest productieve Nederlandse speelfilmregisseur uit de Nederlandse filmgeschiedenis.
Tot de eerste lichtingen studenten van de Filmacademie behoorden naast Frans Weisz en Nouchka van Brakel, met name Pim de la Parra en Wim Verstappen, beter bekend als het duo ‘Pim en Wim’. Met hun jongensachtige bravoure en opruiende teksten in het net opgerichte filmblad Skoop, zetten zij de Nederlandse speelfilmindustrie op z’n kop. Met de seksfilm Blue movie (1971) bereikten ze weliswaar een kassucces, maar filmisch gezien maakten de meeste van hun gezamenlijke low budgetfilms weinig indruk.
In de jaren zeventig togen de Nederlanders massaal naar de bioscoop om speelfilms van eigen bodem te bezoeken. Ze werden niet zelden aangetrokken door het vele bloot in speelfilms als Mira (1971) en Wat zien ik (1971). Het waren spraakmakende films waarmee voor het eerst in de Nederlandse filmgeschiedenis bezoekersaantallen van boven de 1 miljoen werden gehaald.
Naast de opkomst van echte Nederlands filmsterren als Willeke van Ammelrooy, Monique van de Ven, Rutger Hauer en Jeroen Krabbé, kenmerkten de jaren zeventig zich door de doorbraak van succesregisseur Paul Verhoeven. Na zijn debuut Wat zien ik, maakte hij in 1973 Turks fruit, nog steeds de best bezochte Nederlandse speelfilm ooit ( 3,4 miljoen bezoekers). Voordat Verhoeven in 1985 naar Hollywood vertrok, maakte hij ook nog Soldaat van Oranje (1977) en Spetters (1980).
De successtory
In de jaren tachtig en begin jaren negentig beleefde de Nederlandse film eerst een enorme dip. Het gemiddelde bioscoopbezoek daalde tot een dieptepunt en het publiek meed massaal de Nederlandse speelfilm. Een opzienbarende film uit die donkere periode was nog wel Abel (1986) van Alex van Warmerdam, die sindsdien met een zekere regelmaat eigenzinnige films is blijven maken, waaronder de Noorderlingen (1992) en Ober (2006).
Drie Nederlandse films wonnen in die periode wel een Oscar voor Beste Buitenlandse Film: De aanslag van Fons Rademakers in 1986; Antonia van Marleen Gorris in 1995 en Karakter van Mike van Diem in 1997.
Midden jaren negentig klom de Nederlandse film ook economisch weer uit het dal omhoog. Eerst was er het succes van low budget films als Zusje (1996) van Robert Jan Westdijk en Hufter & Hofdames (1997) van Eddy Terstall. En rond de millenniumwisseling werden er zowaar ineens weer grote commerciële successen geboekt, als gevolg van een de filmproductie stimulerend overheidsbeleid. Een van de kassakrakers was Costa (2001), mede dankzij de inbreng van soapsterren. Vooral het genre van de jeugdfilm bloeide op, met als hoogtepunten Kruimeltje (1999), Abeltje (2000), Pietje Bell (2002).
In september 2007 presenteerde het Nederlandsde Film festival de Canon van de Nederlandse Film. Een lijst met 16 ‘belangrijke en gezichtsbepalende films die de veelzijdigheid van de Nederlandse filmgeschiedenis weerspiegelen’ (de lijst is te vinden op: www.filmfestival.nl).


Warning: include(incl/footer.php): failed to open stream: No such file or directory in /chroot/home/filmtrip/filmtrips.nl/html/new/amsterdam/amsterdam_students_history.php on line 23

Warning: include(): Failed opening 'incl/footer.php' for inclusion (include_path='.:/usr/share/pear:/usr/share/php') in /chroot/home/filmtrip/filmtrips.nl/html/new/amsterdam/amsterdam_students_history.php on line 23